Navigatie

‘Wonen gaat over je huis én je buurt. Daar is meer aandacht voor nodig’

Het coronavirus, dat ons land nog steeds in zijn greep houdt, maakt pijnlijk duidelijk hoe belangrijk een eigen woonplek is. Een woning waar je lekker woont, die goed onderhouden is, in een fijne buurt. Een thuis, van waaruit je kunt werken, leren… leven. ‘Iedereen heeft de basis van een sociaal vangnet en een goede woning nodig’ beaamt Dirk Jan van der Zeep, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Portaal. ‘Dat die woning in een leefbare buurt staat is minstens zo belangrijk. Want in een buurt waar je elkaar kent en elkaar ontmoet, worden problemen makkelijker opgelost.’

En die problemen zijn er. De situatie in een groot aantal wijken in Nederland verslechtert. Van der Zeep: ‘Steeds meer mensen van verschillende achtergronden stromen onze wijken in. Ook mensen die moeite hebben om mee te draaien in deze maatschappij. Mensen die op hun eigen manier leven, met eigen gewoonten. Waar de problematiek zich vroeger in een aantal wijken concentreerde rondom slechte huizen en vervuiling, ligt het accent nu op uitsluiting, overlast, schuldenproblematiek en onveiligheid.’

Complexe problemen in de wijk

Het klinkt een beetje als een utopie: wonen in buurten waar mensen naar elkaar om kijken, waar voor iedereen een plek is, waar het goed samenleven is. Toch zijn ze er bij Portaal van overtuigd dat het kan. Van der Zeep erkent dat dit geen gemakkelijke opgave is. ‘De problemen van vandaag zijn te complex voor één partij om op te lossen. Iedereen in de wijk zal zijn bijdrage moeten leveren aan goed samenleven: bewoners, gemeente, de wijkagent, zorgorganisaties en woningcorporaties. Eigenlijk iedereen die in de wijk actief is. Vanuit de eigen rol en de eigen verantwoordelijkheid. Dus om problemen op te lossen zal iedereen een stap naar voren moeten zetten. Samenwerking tussen al deze partijen is meer dan ooit noodzakelijk. Maar volgens de corporatiebestuurder is er meer nodig: ‘En niet alleen van ons of van onze samenwerkingspartners. Een belangrijk deel van de oplossing ligt juist bij het Rijk.’

Ruim 10 miljard

De afgelopen 10 jaar trok de regering zijn handen af van het wonen en van de wijken en buurten. Sterker nog, de corporatiesector moest een stuk kleiner worden en zich alleen richten op haar kerntaken: woningen bouwen en onderhouden. Werken aan leefbaarheid werd uit het takenpakket van de corporaties geschrapt. En, om het tekort op de rijksbegroting te lenigen kwam de verhuurderheffing. Een belasting op huurwoningen die in de praktijk nagenoeg alleen woningcorporaties en daarmee haar huurders treft. Het moest corporaties dwingen om goedkoper te werken en woningen te verkopen. De markt zou daarna zijn werk wel doen. Inmiddels heeft de sector en haar huurders al meer dan 10 miljard afgedragen aan het Rijk. Hierdoor blijft de bouw van nieuwe sociale huurwoningen uit, dreigt de verduurzamingsopgave in het water te vallen, gaan de huren omhoog en is de inzet op leefbaarheid te laag. Terwijl er nu al in Nederland een tekort is van 315.000 woningen en het aantal daklozen is opgelopen tot meer dan 40.000. Er sprake is van een ernstige wooncrisis in Nederland. Iets wat niemand meer ontkent. Zeker niet sinds uit de resultaten van het onafhankelijk onderzoek ‘Opgaven en middelen in de corporatiesector’ blijkt hoe immens veel geld nodig is om deze problemen op te lossen.

‘Ik reken erop dat ‘wonen’ na de verkiezingen een belangrijke plek krijgt in het regeerakkoord. En ik reken er ook op dat er weer een Minister voor Wonen komt’ benadrukt Van der Zeep. ‘Juist nu, in een tijd waarin de maatschappelijke ongelijkheid is toegenomen en de tegenstellingen zijn vergroot, hebben we een Minister voor Wonen nodig. Die snapt dat wonen verder gaat dan woningen bouwen. Wonen gaat over je huis én je buurt.