Drie prangende vragen: hoe gaat de bouwwereld de coronacrisis overleven?

Door de coronacrisis konden we ze niet samen aan tafel krijgen, maar legden ze wel drie prangende vragen voor. Aan het woord Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland en Marlies Krol, directeur vastgoed projecten van Portaal. Hoe gaat de bouwwereld de coronacrisis overleven?

Wat merkt u nu al in de sector (of in specifieke onderdelen ervan) van de coronacrisis? Ziet u bijvoorbeeld verschillen hierin (regionaal of bepaalde bedrijven)?

Maxim Verhagen

Eind maart hebben we een enquête uitgezet onder onze achterban en gevraagd wat de impact van het coronavirus is op hun bedrijf. Hieruit kwam naar voren dat bij 63% van de 826 respondenten het werk gedeeltelijk stilgevallen is. Hierdoor zal driekwart van hen minder omzet hebben en bijna iedereen ziet een daling van tussen de 21 en 50% van het aantal nieuwe offerteaanvragen. Bijna 40% van de ondernemers vraagt bij gelijkblijvende omstandigheden tegemoetkoming voor de loonkosten aan om medewerkers in dienst te kunnen houden. Vooral de middelgrote bouw- en infrabedrijven draaien in maart en april minder omzet ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dit loopt uiteen van 11 tot 30% en komt nog bovenop misgelopen omzet door stikstof en PFAS. Ook hebben leden last van een dalende werkvoorraad en projecten die stilvallen. Werk voor woningcorporaties, netbeheerders en particulieren valt het vaakst stil. Ook de beschikbaarheid van bouwmaterialen als hout, isolatie en staal staat onder druk.

Marlies Krol

De afgelopen 4 weken hebben wij hard gewerkt om de werkzaamheden zoveel mogelijk door te laten gaan. Hier zetten wij actief op in, omdat de vorige crisis nog vers in ons geheugen ligt. Daarbij hanteren we het protocol ‘samen veilig doorwerken’ en de richtlijnen van het RIVM om de veiligheid van onze huurders, medewerkers en medewerkers van onze bouwpartners te waarborgen. Dat dit niet overal en altijd even makkelijk gaat en dat dit vertragend werkt, is een feit. Tegelijkertijd zie ik ook veel inventiviteit en creativiteit bij iedereen. Dat leidt tot mooie initiatieven om de werken in uitvoering én in voorbereiding door te laten gaan. Zelfs huisbezoeken gaan digitaal om de huurders goed te informeren over de werkzaamheden en met de juiste voorzorgsmaatregelen kunnen we individueel een rondleiding geven door een modelwoning.

Wel zien we dat bijvoorbeeld netwerkbeheerders terughoudend zijn om werkzaamheden in bewoonde woningen te verrichten. Dat is jammer, omdat daardoor ook andere werkzaamheden soms uitgesteld moeten worden, net als preventief onderhoud aan installaties. Door het protocol en de richtlijnen van het RIVM zien we ook dat onze bouwpartners niet met alle werkzaamheden door kunnen en dat de beschikbaarheid van bouwmaterialen en installatieonderdelen onder druk staat.

Wat kunnen de gevolgen zijn op de kortere en langere termijn, als we nu geen maatregelen nemen; welke maatregelen moeten/kunnen dat zijn?

Maxim Verhagen

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) publiceerde op vrijdag 3 april een scenario wat er op korte en langere termijn zou kunnen gebeuren met de sector als we niks doen. Het EIB schrijft dat de Nederlandse bouwsector dan voor de derde keer in twaalf jaar tijd in een crisis dreigt te belanden. Maar dat is natuurlijk het laatste wat ik wil laten gebeuren. Het zou een gemiste kans zijn als we de bouw- en infrasector niet aan het werk kunnen houden voor Nederland. Uiteraard staat de veiligheid daarbij voorop. Samen kunnen we deze crisis overwinnen. Ik roep opdrachtgevers dan ook op om daar waar dat veilig kan het werk door te laten gaan en zo mogelijk zelfs naar voren te halen. Met dit protocol kan dat nu ook. Ik vind het goed om te zien dat veel opdrachtgevers dit protocol al ondersteunen. Laat de motor van de economie niet helemaal afslaan en laat ons al de woningen, mobiliteit en verduurzaming realiseren waar Nederland om zit te springen.

Marlies Krol

Er wordt volop over gespeculeerd wat de gevolgen kunnen zijn. Dit is uiteraard sterk afhankelijk van een aantal factoren die we niet allemaal zelf in de hand hebben. Wat we nu moeten doen is de juiste veiligheidsmaatregelen nemen en doorgaan met de werkzaamheden. Vooral niet stoppen. De opgave voor ons als corporatie is onveranderd groot, zowel om nieuwe woningen te bouwen als het onderhouden en verduurzamen van ons bezit. Nu stoppen zou desastreus zijn, het duurt jaren voordat we weer op stoom zijn. Wat we moeten doen is samen met onze bouwpartners de schouders eronder zetten en als het ergens dreigt te stokken, dan zoeken we mogelijkheden om (in aangepaste vorm) de trein rijdend te houden. Belangrijk hierbij is dat we niet gedwarsboomd worden door onnodig vertragende maatregelen en capaciteitsgebrek. Juist nu kan de (gemeentelijke) overheid faciliterend zijn met financiële tegemoetkomingen, een efficiënt vergunningenproces en voldoende, betaalbare bouwlocaties.

Wat moeten we vooral (blijven) doen om de bouw op gang te houden? Wat zou de overheid hierin kunnen/moeten doen?

Maxim Verhagen

Allereerst roep ik alle bouwers van Nederland op om te blijven werken volgens het protocol ‘Samen veilig doorwerken’. Ik heb doorlopend contact met alle bewindslieden die betrokken zijn bij de bestrijding van het coronavirus. Bij hen merk ik de intentie om de bouw en infrasector aan de gang te houden. In deze constructieve gesprekken benadruk ik dat we vooral moeten zorgen dat de bouw en infrasector veilig aan het werk blijft en dat hun liquiditeitspositie niet verder onder druk komt. De overheid kan ons hierbij helpen door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) beter toegankelijk te maken voor getroffen bouw- en infrabedrijven. Te zorgen dat projecten waar mogelijk veilig doorgang kunnen vinden. Coulant om te gaan met opgenomen boeteclausules bij mogelijke vertragingen als gevolg van het coronavirus, en door bankgaranties achterwege te laten en zorg te dragen voor tijdige of versnelde betaling van facturen. Maar vooral door werkzaamheden die al gepland staan zo veel mogelijk naar voren te halen en vergunningen te blijven afgeven.

Bovenal hebben we behoefte aan een Deltaplan voor de Nederlandse economie. Een plan met gerichte investeringen in belangrijke ambities van het kabinet op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid en duurzaamheid. Deze gelden kunnen zorgen voor tienduizenden extra huizen, verduurzaming van de woningvoorraad en de infrastructuur die daar bij hoort. Dit investeringsplan zou dat wat mij betreft ook inhouden dat de verhuurdersheffing niet wordt geheven en de corporaties ook voor de middenhuur kunnen bouwen, zonder dat daar de markttoets plaatsvindt. Zo houden we de ambities van het kabinet op deze terreinen in het zicht. Grote publieke opdrachtgevers als Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf maar ook woningbouwcorporaties bijvoorbeeld kunnen hierin het voortouw nemen. Want alleen samen kunnen we de gevolgen van het coronavirus zo veel mogelijk indammen.

Marlies Krol

Een duidelijk verhaal van Maxim. Wij willen graag het voortouw nemen en doorgaan met onze bouwprojecten. Dat doen we dan ook. Wij zijn nog volop in de voorbereiding en uitvoering van onderhoud-, nieuwbouw- en renovatieprojecten. Maar, de huidige tijd en (de gevolgen van) de maatregelen vragen wel veel van ieders flexibiliteit: van zowel onze huurders, onze medewerkers, onze bouwpartners en de gemeentelijke en landelijke overheid.

En wat kan de overheid doen? Ten eerste kan de overheid ervoor zorgen dat er  meer betaalbare bouwlocaties komen, zodat wij meer betaalbare woningen kunnen bouwen. De grond- en plankosten zijn nu vaak te hoog. Ten tweede moet het vergunningenproces efficiënter en hebben wij last van verouderde wet- en regelgeving, waardoor we niet snel genoeg kunnen bouwen. En, ten derde moet de verhuurdersheffing worden afgeschaft. Nu verdwijnt drie maanden huur per jaar in de staatskas. Dit is geld van onze huurders en dat kunnen wij nu niet gebruiken voor onderhoud, woningverbetering en nieuwbouw. Erger, om dit te kunnen doen zijn we genoodzaakt om de huren te verhogen. Stoppen dus met de verhuurdersheffing.

Met deze maatregelen kunnen we sneller door met verbeteren en verduurzamen van ons bestaand bezit en de noodzakelijke nieuwbouw op stoom houden en blijven de huren bereikbaar voor onze doelgroep. Zo helpen we een bouwcrisis voorkomen en een wooncrisis op te lossen.