'Dicht de kloof'

Eén miljoen Nederlanders in 16 kwetsbare gebieden hebben herstel en perspectief nodig, zodat de gebieden waar zij wonen niet verder achterop raken bij de rest van het land. Dit zeggen 15 burgemeesters en verschillende maatschappelijke organisaties in een oproep aan de Tweede Kamer. Volgens hen is het noodzakelijk om een nationaal herstel- en perspectiefprogramma voor leefbaarheid en veiligheid op te richten. Ook zijn er langjarige extra investeringen en onorthodoxe maatregelen nodig om de eén miljoen Nederlanders te steunen. We vroegen burgemeester Sybrand Buma (Leeuwarden), burgemeester Jan Hamming (Zaanstad), burgemeester Theo Weterings (Tilburg) en Portaal bestuurder Dirk Jan van der Zeep om een reactie.

Herkent u deze problematiek en wat merkt u daar van?

Burgemeester Hamming: ‘Jazeker; in Zaandam Oost, een gebied met een kleine 45.000 inwoners zien we de kloof ook. Hier zien we het grootste aantal uitkeringen, relatief meer armoede, de grootste onderwijs- en taalachterstanden en een slechte gezondheid, vooral ook van jonge kinderen. Wij vinden dat alle kinderen in onze gemeente gelijke kansen moeten hebben. Dat is nu niet het geval. Het maakt uit waar je wieg staat en daar moeten we wat aan doen.’

Burgemeester Buma: ‘Leeuwarden is niet voor niks een van de vijftien deelnemende steden aan Dicht de Kloof. In een schil rondom het centrum liggen een aantal wijken waar een groeiende groep bewoners woont die op een of meer aspecten de aansluiting bij de rest van de stad en de samenleving kwijtraken. Het gaat om schulden of een te grote afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook om zorgen om opgroeiende jeugd, achterstanden op het gebied van onderwijs en een slechtere gezondheid. Ik vind het belangrijk dat we als overheid en samenleving ons extra inspannen om op al deze vlakken nu een doorbraak te forceren. Het is ook een opgave die én én is. We richten ons zowel op de mens, als op de omgeving. Want ook in de ruimtelijke omgeving liggen een aantal belangrijke opgaven. Bovendien betreft het vaak een stapeling van problemen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Die intergenerationele overdracht van kwetsbaarheid moet doorbroken worden. Dat vergt tijd, geld en de gelijktijdige inzet op een groot aantal terreinen. Ik zien dat we in onze organisatie die focus nu krijgen. Een dwarsdoorsnede van de ambtelijke dienst is betrokken bij het maken en uitvoeren van de plannen. We zoeken daarbij ook nadrukkelijk de verbinding met externe partners. In de eerste plaats natuurlijk de bewoners zelf: wat zien zij zelf als grootste opgave en belangrijker nog, aan welke oplossingen willen ze meewerken? Daarnaast betrekken echt het hele maatschappelijke domein: van scholen, werkgevers, welzijn/ zorginstellingen, politie, sportorganisaties en natuurlijk de corporaties.’

Dirk Jan van der Zeep: ‘Onze medewerkers komen dagelijks in de wijken. Die horen en zien veel. Vorig jaar bleek uit onderzoek van Aedes dat er in een aantal wijken sprake is van ruimtelijke concentraties en sociale achterstand, maar ook dat de daaruit voortvloeiende problematiek de afgelopen jaren flink is toegenomen. Dat verbaasde ons niet. In de zwakste buurten concentreren zich meer en meer mensen met een laag inkomen én met verschillende sociale en psychische problemen. Dan zie je dat de leefbaarheid in de wijken onder druk komt te staan. Verloedering ligt op de loer, overlast neemt toe en mensen voelen zich minder veilig. Achter de voordeur spelen zich soms schrijnende situaties af.’

Wat kunnen woningcorporaties doen om te helpen de kloof te dichten?

Dirk Jan van der Zeep: ‘Een huis is de basis voor je bestaan, maar ook de wijk waarin je woont is levensbepalend. Als woningcorporatie voelen wij ons daar medeverantwoordelijk voor. Om de neerwaartse spiraal in leefbaarheid te doorbreken brachten we in 2020 voor onze regio’s in kaart welke oplossingen er nodig zijn. Het vormt voor ons het fundament van onze inzet de komende jaren. Ook hebben we ons aangesloten bij de Landelijke Armoedecoalitie, een netwerk van landelijke organisaties die zich vinden in het gezamenlijke doel om armoede en schulden aan te pakken. Omdat nu al een op de vijf huurders de grootste moeite heeft om iedere maand rond te komen. Want iemand die zich zorgen maakt of hij wel een partijtje kan geven voor de verjaardag van zijn zoon of amper genoeg weekgeld overhoudt voor eten, kan er geen ellende van buren bij hebben.

Maar het meeste verschil maken wij in de wijken zelf. Al zijn onze medewerkers zijn geen zorgverleners. Zij doen alles wat in hun macht ligt om ervoor te zorgen dat onze huurders in prettige woningen kunnen leven in fijne wijken. Veel daarvan gebeurt tussen verschillende partijen, zoals het wijkteam van de gemeente, de GGZ of de politie. Het vraagt om een nauwe samenwerking, heldere afspraken en het doorzettingsvermogen om te blijven zoeken naar oplossingen. Eenvoudig is het niet. En het gaat ook niet altijd vlekkeloos. Maar wegkijken is voor ons geen optie. We blijven zo goed als dat kan onze bijdrage leveren aan de buurt, voor al onze bewoners.'

Burgemeester Buma: ‘De inzet van corporaties kan niet onderschat worden. En dan doen we ook niet. We maken in Leeuwarden al lange tijd prestatieafspraken met corporaties over het samenwerken in de wijken. Leeuwarden heeft in 2021 nadrukkelijk vastgelegd een ongedeelde stad te willen zijn (Volkshuisvestingsvisie. Leeuwarden: ongedeeld en vitaal) en daarin een centrale rol voor de corporaties.

In ons programma voor Leeuwarden Oost geven we aan: de basis is het wonen. Je moet als bewoner de zekerheid hebben dat je in je woning kan blijven, dat je door schulden of andere problemen niet je thuis kwijtraakt. Pas dan is er de ruimte om aan de slag gaan met onderwijs, werk en gezondheid. En dan raken we natuurlijk de kerntaak van de corporaties: het goed huisvesten van een brede doelgroep. Met de corporaties hebben we partners in het gebied om te investeren in de woningen, maar ook om met ons te werken aan leefbaarheid en voorkomen van schuldenproblematiek. De corporatiemedewerkers komen vaak achter de voordeur en functioneren daardoor ook als extra ogen en oren in de wijk.

Welke personen/organisaties moeten dit Perspectiefprogramma gaan aanvoeren?

Burgemeester Hamming: ‘Het gaat vooral om de samenwerking. Een gemeente kan het niet alleen, een corporatie ook niet. Het moet een bondgenootschap zijn tussen allemaal verschillende partijen in de wijken. Denk daarbij aan onderwijs, corporaties, gemeente, politie, maar ook vrijwilligersorganisaties, religieuze instellingen, bedrijfsleven en zorgpartijen. Het belangrijkst zijn misschien nog wel de bewoners zelf. Zij zijn uiteindelijk de groep waar het over gaat.

Daarom ben ik blij dat we in Zaanstad het Pact Poelenburg Peldersveld hebben gesloten. Een pact waar meer dan 25 partijen zich voor 20 jaar verbinden aan de ambitie om de wijken structureel te verbeteren.’

Burgemeester Buma: ‘We nemen als gemeente hier nadrukkelijk de regie, maar zijn niet als enige verantwoordelijk. Het ambitiedocument dat we opstellen moet ook de ambities omvatten van bewoners, gemeente en alle andere betrokkenen in de wijken. Ik stel me voor dat voor verschillende programmalijnen of projecten ook verschillende partners dit gaan aanvoeren. Bijvoorbeeld bij onderwijs of gezondheid. Maar ook wanneer het gaat om het investeren in de bestaande woningvoorraad.

Vanwege de brede impact en de lange termijn, hebben we ervoor gekozen om de burgemeester als boegbeeld neer te zetten. Ik zou graag zien dat ook de bestuurders van andere partijen zich hier nadrukken aan verbinden. Om de commitment te laten zien, maar ook dat het gaat om de menselijke maat.

In hoeverre kan de politiek bijdragen aan de leefbaarheid in een buurt?

Burgemeester Hamming: ‘Voor de politiek is vooral het langdurige commitment cruciaal. Dit is niet iets wat je in een paar jaar oplost. Dit vraagt lef en lange adem. Dat betekent dat het Rijk, maar ook lokale politiek, verder moet kijken dan een bestuursperiode van vier jaar. In Zaanstad hebben we een plan voor de komende 20 jaar. Ik denk dat dat een minimale termijn is.’

Burgemeester Buma: ‘Leefbaarheid is natuurlijk een vloeibaar begrip, wat voor verschillende partijen een verschillende betekenis kan hebben. Uiteindelijk draait het om de mensen en organisaties in de buurt en straat: die dragen de leefbaarheid. Daarvoor is het nodig dat we als overheid voor een aantal basisvoorwaarden zorgen. De omgeving moet schoon, heel, veilig zijn en ontmoeten en bewegen stimuleren. Daar hebben we als gemeente een grote rol in, qua inrichting van het openbare gebied, hard aanpakken van criminaliteit, maar ook door bewoners medeverantwoordelijk te maken. Dat betekent soms ook investeren in samenlevingsopbouw. Zodat buren elkaar weer leren kennen en vertrouwen, alleen dan is het mogelijk om verantwoordelijkheid te dragen.’

Burgemeester Theo Weterings: “Gezond en gelukkig kunnen zijn, dat is wat ik als burgemeester voor elke Tilburger wil. De een heeft daar wat meer hulp en ondersteuning bij nodig dan de ander. Het is ook in onze stad helaas nog te vaak zo dat de plek waar je wieg stond, bepaalt hoeveel kansen je krijgt. Ook in Tilburg zien we dat sommige inwoners te maken hebben met problemen op het gebied van armoede, onderwijs, werk, gezondheid en criminaliteit. Door de coronacrisis zijn deze problemen nog urgenter geworden. Als we daar geen oog voor hebben, ontstaat er een kloof tussen de mensen die vooruitgaan en de mensen die achterblijven. Dat is niet het Tilburg dat ik voor ogen heb. Ik wil dat elke Tilburger dezelfde kansen krijgt om zich te ontwikkelen. Daarom roep ik als burgemeester van Tilburg op in Den Haag: dicht de kloof.”

 

De burgemeesters hebben de Tweede Kamer en het nieuwe kabinet gevraagd 400 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden en 100 miljoen euro voor andere kwetsbare gebieden in het land. Dit is nodig voor extra investeringen in het onderwijs, het versterken van de arbeidsmarktpositie van inwoners, de kwaliteit en verduurzaming van woningen.